De veda's kennen een woord voor de traditionele negen planeten: navagraha.
Deze negen planeten zijn de zon (surya of ravi), de maan (chandra of soma), mars (mangala of kuja), mercurius (budha), jupiter (guru), venus (sukra), saturnus (sani), rahu (noordelijke maanknoop, een onzichtbaar punt), ketu (zuidelijke maanknoop, een ander onzichtbaar punt, exact 180 graden verwijderd van rahu).
Enkele kern eigenschappen die deze planeten vertegenwoordigen zijn:
Surya (zon): energie nucleus, het zelf
Chandra (maan): gids in het donker, denken/voelen
Mangala (mars): materialisatiekracht, daadkracht
Budha (mercurius): onderscheidingsvermogen, spraak
Guru (jupiter): meester van vrijheid, wijsheid, geluk
Sukra (venus): levensbekoring, schoonheid, genieten,
Sani (saturnus): grote paradox: levensschaduw, verdriet
Rahu (noordelijke maanknoop): grijpgraag, mist, illusie
Ketu (zuidelijke maanknoop): verborgen kracht, mist, openbaring, moksha (verlichting)
De negen planeten worden in de veda's ook beschreven als goddelijke wezens, subtiele vormen van bewustzijn en energie.
In de afbeelding zien we in het midden de zon (surya), en vanaf linksboven met de klok mee: mercurius (budha), venus (sukra), de maan (chandra), mars (mangala), noordelijke maanknoop (rahu), saturnus (sani), zuidelijke maanknoop (ketu), en jupiter (guru). Iedere afbeelding verwijst naar eigenschappen en energie, verbonden met de betreffende planeet.
In de vedische astrologie wordt ook verwezen naar godheden als Shiva, Vishnu, Durga etc. als betekenisvolle eenheden in het menselijk bestaan. Allen zijn 'n uitdrukking van het universele Zelf, die ene universele kracht, die vele namen heeft.
