Hier volgen twee nieuwe hoofdstukken 9 en 10 uit het boek "Anupam Kripa" ("Oneindige Zegeningen") van Mahendra Maharaj. Verdere hoofdstukken volgen in de loop van de tijd in deze Weblog. De nederlandse vertaling is van Harihar (hendrk@dds.nl). Voor alle tot nu toe in deze weblog gepubliceerde artikelen klik hier. Het volledige boekje is (weer) verkrijgbaar op de ashram. Bhole Baba Ki Jay
Mahendra Baba kondigde de komst van Babaji aan en er wordt gezegd dat dankzij zijn devotie Babaji zich op aarde manifesteerde (1970).
9. TERUG IN SIDHASHRAM
Na enkele dagen langs verschillende plekken te zijn getrokken, belandde ik door Shri Prabhu’s onverdiende genade weer in Sidhashram. Ik had er een gewoonte van gemaakt om er elke twee á vier maanden te komen.
‘O Heer, leid mij vanuit duisternis naar het Licht.’
Dit licht, dat door grote rishi’s verlangd is en aanbeden, is met niets ander te vergelijken. Niet met het licht van de maan of dat van de zon. Niet met het licht van de bliksem of de blanke straling van kristal; op geen enkele wijze waren al deze vormen van licht ook maar bij benadering met de schittering van dit Licht te vergelijken. Het was volstrekt onbeschrijfelijk en het leek op een schitterende vlam. Zelfs op het midden van de dag, terwijl de zon op zijn hoogste punt stond zond dit lichtlichaam zijn pure schoonheid en schittering uit in al zijn pracht! Dit licht moest zich, in en rechte lijn gemeten op ongeveer een achthonderd meter van de ashram bevinden en via land ruim drie kilometer, omdat het wegens de diepe ravijnen onmogelijk direct te bereiken was. Direct deed deze schittering me denken aan Shri Bhagawan, omdat dit soort gebeurtenissen door Zijn zegen wel vaker waren voorgekomen. Even was ik mij niet langer bewust van mijn omgeving, maar dan werd mijn blik weer gevangen door dit Goddelijke Licht. Terwijl ik daar zat, aanbad ik het innerlijk met grote eerbied en zegende ik mijn ogen dat ze de aanblik mochten genieten van dit pure amethistachtige licht; Ik werd door de aanblik eenvoudigweg verlicht. Een pelgrim die naast mij zat, had geen flauw idee wat er zich voor hem afspeelde en het leek mij niet juist dat hij onwetend zou blijven van deze heilige gebeurtenis. Daarom maakte ik hem er op attent door te zeggen: ‘Kijk, U wordt vandaag getrakteerd op een heel bijzonder visioen. Kijk recht vooruit, wat is dat licht?’ Op zulke momenten komt concentratie vanzelf en toen hij het licht zag werd hij opeens stil. De aanblik maakte ook hem gelukkig. Als er zoiets gebeurt, praat of schrijf ik er bewust niet over. Het is immers onmogelijk om dergelijke occulte fenomenen te beschrijven.
‘O Moeder, het gaat de mogelijkheden van het verstand en de spraak te boven om Shri Rama’s schitterende vorm te beschrijven. Er is immers sprake van niets minder dan zelfrealisatie. Het is alsof een stomme het in woorden zou proberen te beschrijven, hoewel het sommige begenadigden wel vergeven is.’ Zulke gebeurtenissen helpen nieuwe aspiranten hun vertrouwen te versterken. Terwijl ik het wonderlijke voorval besprak met de persoon naast me, die ook het visioen van Zijn gezegende vorm had mogen ontvangen, opdat het zich stevig en helder in zijn hart zou verankeren, kwam de vrouw terug met het water. Toen ze van het gelukkige voorval hoorde, leek het alsof ze een shock kreeg. Ze dacht dat de zegen van Shri Bhagawan niet voor haar bestemd was. Ze was ervan overtuigd, dat ik er voor had gezorgd dat ze het gezegende visioen niet had mee gemaakt, omdat ze niet regelmatig bad en haar verzen opzei. Ze dacht namelijk dat ik, Baba alles wist en hoezeer ik het haar ook trachtte uit te leggen, ze bleef er vast van overtuigd dat ik mijn kameraden de kans had gegeven om het visioen te zien. Hoe kon ik haar vertellen dat ze de volgende dag het zelfde visioen zou ontvangen? Shri Bhagawan’s mededogen is groot en de Heer had het verlangen van de arme vrouw gehoord en zo schonk Hij haar de volgende dag, op het zelfde tijdsstip Zijn visioen en vervulde zo ieders wens. Een andere vrouw had op dat tijdsstip geslapen en toen ze van het voorval hoorde, werd ze erg verdrietig. Op de derde dag schonk de Heer zijn grote zegen opnieuw en op hetzelfde tijdsstip gaf Hij weer het visioen van Zichzelf in de zelfde vorm, ofschoon de schittering van het Visioen op een of andere manier minder leek. Deze keer was er ook een gelukkige jongen bij van ongeveer zeven jaar, die Gopal Prasad heette. Hij was als een hedendaagse, moderne Dhruva. In verwondering zei deze jongen tegen zijn moeder: ‘Moeder wat is dat licht?’ Deze zegeningen ontvingen we dus elke dag op de twintigste, eenentwintigste en tweeëntwintigste, te weten tussen de elfde en de dertiende van de Hindoemaand.
Dit visioen, dat zelfs voor grote Yogi’s zo moeilijk te verwerven was, leek die dag zo gemakkelijk te verkrijgen. Wat kan ik zeggen; ere en nog eens ere aan die grote Kracht die zo vol Mededogen is! Door Zijn genade ben ik, met veel andere devotee´s meerdere malen gezegend met het voorrecht van dergelijke visioenen en woorden. Door zich in een visioen te openbaren heeft Hij vaak vele mensen op uiteenlopende manieren beschermd. Sommigen schonk hij vrede door hen kennis aan te reiken. Aan vele anderen, die door ongeluk of rusteloosheid waren getroffen toonde hij Zich en verscheen Hij in Zijn eigen vorm, of in de vorm van de godheid die zij het meeste lief hadden en die zij zo graag wensten te zien. Velen die rusteloos en zonder hoop waren vonden vrede. Veel onderontwikkelde en niet-religieuze mensen werden beoefenaars van het spirituele pad, na over Shri Maharaj te hebben gehoord of gelezen. Allen begonnen ze deze waarachtige Leraar, die zo groots was en zo´n hoge graad van realisatie had verworven in gedachten te aanbidden en te dienen, in overeenstemming met hun eigen gevoelens. Shri Bhagawan nam deze vorm van de Guru aan om alle wensen in vervulling te doen gaan. En nog steeds vindt de Goddelijke Lila van Shri Bhagawan op de zelfde wijze plaats. Ik bracht het meeste van mijn tijd door in Sidhashram, Haidakhan, Kathgharia (Haldwani) en Vrindaban. Op aandringen van volgelingen reisde ik soms af naar verre oorden, waarvan ik gauw weer naar deze ashrams terugkeerde om mij met andere devotee’s zoveel mogelijk over te geven aan de verering van Hem. Samen met medevereerders en bezoekers hadden we het dan over de Naam, de traditionele rituelen, het inzicht in Waarheid, Eenvoud en Liefde en discussieerden we hierover binnen de grenzen van onze intellectuele vermogens.
Na enige maanden keerde ik weer eens terug naar Sidhashram. Die keer had ik besloten om niets mee te nemen op mijn pelgrimstocht ernaartoe. Een bedevaart naar de Himalaya’s is niet eenvoudig, maar door Zijn genade heb ik er jarenlang rondgetrokken. Op een van die tochten belandde ik dus weer in Sidhashram, op een moment waarop er verder in de ashram niemand was. De priester had de gewoonte om iedere dag na de avondrituelen naar huis terug te keren. Op dat moment had ik maar tien of twaalf aardappelen bij me en ik had bedacht dat ik drie aardappels per dag zou eten en dat ik daarna de ashram zou verlaten; met honger in Bhagawan’s ashram blijven en verlangen door Hem gevoed te worden was immers niet passend! Het was daarom beter om dan te vertrekken. Met deze gedachten roosterde ik drie aardappelen in het tempelvuur en toen ik daarna juist dacht te zullen gaan slapen, hoorde ik weer die zelfde, vertrouwde stem. Terwijl Hij goddelijk straalde en mij toelachte, zei Hij met een zorgzame blik: ‘Baba, blijf hier. Je zult niet alleen voedsel maar ook geld ontvangen.’ Och, wat een zorg heeft Hij toch voor Zijn devotee’s, de barmhartige Heer! Met vreugde maar ook geamuseerd over mijn eigen onbeduidendheid, bedacht ik wat een gebrek aan vertrouwen ik niet aan de dag moet hebben gelegd, dat Shri Maharaj om zoiets onbelangrijks het woord tot mij moest richten. Wat? Moet je je dan altijd zorgen maken over je levensonderhoud? Nee werkelijk, denken aan de zorg voor het onderhoud van dit verachtelijke lichaam wordt op deze heilige plek een lachwekkende zaak. Ook was het waar dat ik niet in staat zou zijn geweest te blijven, als er geen regeling zou zijn getroffen voor het eten. Dit was maar een voorbeeld van de wonderbaarlijke krachten van Shri Bhagawan’s Lila’s. De Compassievolle wenste, dat ik mij wat langer op die plek zou ophouden en nog diezelfde dag ontving ik van een aantal mensen een grote hoeveelheid voedsel. Na een paar dagen ontving ik, zonder enige aanleiding een postwissel ter waarde van tweehonderdeneen rupies. De afzender kon onmogelijk weten waar ik op dat moment verbleef, noch had hij de gewoonte mij geld over te maken. Daarom was het duidelijk dat Prabhu al deze gebeurtenissen aanstuurde en door Zijn zegen verbleef ik soms maanden lang in deze ashram. Er is altijd het verlangen om langer te blijven in een ashram waar de indrukken van Prabhu’s voeten wordt gekoesterd, maar soms leidde mijn pad naar elders. Als de geest dan weer naar Prabhu toe werd getrokken, dacht ik met liefde terug aan Sidhashram.
Een keer ging ik naar Sidhashram in de winter. Omdat ik al vele dagen geen visioen van Hem had gehad, begon ik ongeduldig te worden en richtte ik me smekend tot Hem met de woorden: ‘Heer, hoe kan ik zolang leven zonder een glimp van Uw gezicht te mogen opvangen?’ Och, zelfs een lichte smeekbede als deze, wordt door de inwonende Heer snel verhoord! Als een beeld zo je geest binnen komt, brengt het een vreemde verstoring teweeg in je hart. Prompt de morgen erop liet Shri Maharaj mij in een visioen een voor een al Zijn ledematen zien; soms zag ik enkel Zijn heilige voeten, of werden mijn ogen gezegend door Zijn lotusvormige ogen; dan weer leken Zijn lange armen naar Zijn knieën te reiken alsof ze heel de wereld zegenden! En zo ging deze zegening nog een hele tijd door. Het was bij die gelegenheid dat in mijn hart de idee post vatte, dat Shri Maharaj aanwezig was in iedere atoom van het Universum, niet alleen in mijn voorstelling of in theorie, maar werkelijk! ‘De hele wereld is de vorm van Brahma; buiten Brahma is er niets.’ Grote wijzen hadden dit inzicht dankzij voorvallen als deze verworven. Als zoiets je overkomt, blijft de invloed ervan lang voelbaar in je hart. Dankzij deze gelukkige voorvallen, werd Sidhashram voor mij een zeer aantrekkelijke plek, iets wat de Alwetende Heer geenszins behaagde. Zijn Goddelijke spel maakte daarom, dat ik eens in de zomer in Sidhashram belandde. Door de natuurlijke schoonheid van de plek verleid, besloot ik er te blijven en éénentwintig dagen te vasten (dit besluit had geen andere reden als om mijn behoefte aan slaap te verminderen). Op de dag dat ik met vasten wilde beginnen, verscheen Shri Maharaj rond zes uur in de ochtend aan me met een bevel. Het licht verdween bijna direct, maar de stem bleef en ik kon de spreker niet zien. Bij het horen van de woorden leek het alsof Prabhu tot mij sprak vanaf een grote afstand buiten de kamer en toen het gevoel kwam dat Bhagawan mijn eigen ziel was, voelde ik me een met Hem; Hij zelf was de spreker en Hij zelf degene die luisterde. Er was een onbeschrijfelijke eenheid in de vibratie van de woorden, de betekenis van de woorden en de woorden zelf. Zo zoet klonken deze mantra’s in de oren! Shri Maharaj zei: ‘Baba, je spirituele ontwikkeling kan niet hier plaats hebben.’ Ik zat op dat moment op mijn slaapplek, omdat ik net uit mijn slaap was ontwaakt en ik had de ogen gericht op Shri Maharaj’s foto. Toen ik deze woorden hoorde ging ik direct naar buiten, maar kon in de verste verten niemand zien. Ik twijfelde er niet aan of Shri Maharaj en niemand anders had die woorden uitgesproken. Alleen Hij, de Compassievolle zegende mij voortdurend met Zijn ontoegankelijke Genade. Wat kan ik nog meer schrijven over de gebeurtenissen in die almachtige en grootse Sidhashram? Tot op de dag van vandaag zijn de wensen van vele devotee´s er in vervulling gegaan, maar daar zal ik het nu niet over hebben. Dergelijke voorvallen zijn namelijk al op verschillende manieren in andere boeken beschreven. Sinds ik Zijn bevelen had ontvangen aangaande Sidhashram, ging ik er natuurlijk minder vaak naar toe, ofschoon het voor mij toch altijd de meest onvergetelijke plek zou blijven.
10. DEVGURU
Omdat het enthousiasme om Sidhashram te bezoeken wat minder was geworden, begaf ik me de eerstvolgende keer dat ik ernaar verlangde de Heer te zien naar Haidakhan. Nadat ik er een dag of vier had uitgerust, ging ik door naar Shri Devguru. Deze berg wordt beschouwd als een van de heiligste plekken. Je kunt van hieruit heel duidelijk met sneeuw bedekte bergtoppen zien. Historisch gezien is men ervan overtuigd, dat Shri Vrahaspati hier lange tijd boete heeft gedaan om de zegen van de heer Shiva te verkrijgen en dat zijn kennis daardoor onpeilbare dieptes heeft bereikt. Tot op de dag van vandaag is er op die plek een Shivatempel, op een oeroud platvorm. De natuurlijke schoonheid van de plek, haar puurheid en de geuren die de wind mee voert hebben het wonderlijke effect, dat er in de geest een rust neerdaalt die uniek is. Men wordt er op een heel buitengewone manier door geraakt. Naast het Shivaplatvorm is een kleine grot, waar je niet rechtop in kunt staan; je kunt er alleen in zitten. Als je van daaruit ongeveer een mijl de helling af loopt vind je een smal stroompje. Vlakbij bevinden zich rotsen die zo gevormd zijn, alsof ze degene die daar mediteert bescherming willen bieden tegen regen of zon. Een paar jaar lang heeft een asceet op deze plek gemediteerd en er zijn offerrituelen gedaan. Op die plek bracht ik de nacht door, toen ik uit Haidakhan aankwam. Een oude dorpsbewoner en de asceet hadden mij verteld, dat op dezelfde plek onder de rots waar ik sliep Shri Maharaj gewoon was te zitten. Ook de dorpelingen bevestigden dat Shri Maharaj altijd daar placht te zitten als Hij naar Devguru kwam. Bovendien kreeg ik er een visioen van Shri Maharaj dat mij een zodanig gunstig voorteken leek, dat ik weer naar boven klom en daar twee dagen bleef zitten zonder eten en drinken zonder dat ik honger of dorst voelde. Ik verkeerde in een toestand van diepe, vredige rust toen ik mijn benen optrok, een dunne doek over me heen trok en mij in de kleine grot te ruste legde. Op deze speciale plaats had Shri Maharaj zijn Goddelijke lila’s ten toon gespreid. Tot op heden kun je er nog overblijfselen van Shri Maharaji´s strohut vinden. Ik vond in deze bedevaartsoorden onthechting van wereldlijke dingen, rust, vrede en zaligheid en zonder dat ik er enige moeite voor hoefde te doen, ervaarde ik alwetendheid en zelfrealisatie.
De volgende ochtend, ongeveer een uur na zonsopgang, was ik in een heel vredige staat toen Shri Maharaj zich opnieuw aan mij toonde en met grote compassie en rust tegen mij zei, ‘Baba, ben je hierheen gekomen om je leven op te geven? Je bent even dierbaar aan mij als mijn eigen leven.’ Toen ik Zijn oneindige mededogen voelde werd ik ontroerd, want zelfs een hart zonder gevoelens stroomt over van liefde en zorg door de zegen van Prabhu. Smartelijk begon ik te huilen, er was immers toch niemand waarvoor ik me hoefde te schamen. De Heer van Mededogen kon het niet verdragen Zijn kind te lang te zien huilen. Het is niet in Zijn aard zomaar op wiens pijn dan ook neer te zien en daarom schonk Hij mij kort daarop weer een visioen van Zichzelf, alsook Zijn volle zegen. Ik beschrijf dit soort voorvallen liever niet. Als je zoiets zelf beleeft ben je niet in staat het te beschrijven. Welke dichter zou die Subtielste aller Essenties kunnen beschrijven, die voorbij kennis ligt? Dat vermogen wordt alleen door eigen ervaring verkregen. Toen mijn geest na enige tijd weer tot rust was gekomen, meende ik dat de asceet mijn aanwezigheid niet langer op prijs zou stellen en ik besloot diezelfde dag nog te vertrekken. Ook Shri Maharaj zou met mijn doelloze rondreizen vast niet tevreden zijn. Nadat ik met eerbied afscheid had genomen van de heilige plek en mijn blik nog eenmaal aan haar schoonheid had gelaafd, begon ik mijn afdaling. ‘Die Goddelijke Moeder die als het Licht in alle wezens aanwezig is.’ Vele malen had ik deze regels gelezen, maar vandaag zag ik dankzij Gurudev’s ongekende goedheid niet alleen Zijn werkelijke vorm, ik voelde mij ook onlosmakelijk met dat prachtig Stralende Licht verbonden. Dit was geen fantasie; elke haar op mijn lichaam trilde mee met dat gevoel! Lichaam, zintuigen en geest waren allen gezamenlijk in een staat van zalige trance. Na de ervaring kwamen gevoelens met woorden om ze te beschrijven. Deze woorden zijn net zo min bij machte deze hoedanigheid te beschrijven als de vaardigste onder de mensen in staat is te beschrijven hoe het huwelijk van zijn ouders tot stand kwam. Over het midden van het pad was de asceet bezig naar boven te komen. In iedere hand droeg hij een kan met water. Met een stem vol blijdschap zei hij: ‘Ik kwam hier naar toe omdat ik dacht: als de grote wijze niet naar beneden komt om te eten, zal ik boven bij hem gaan zitten. Kijk, ik heb twee kannen vol met water bij me, eentje voor bij de gebeden voor Shri Shiva en de andere voor U. Kom toch naar beneden en rust daar nog een beetje uit.’ Ik bleef nog twee, drie dagen daar en nadat ik langs het dorp Pashia was getrokken, bracht ik de nacht door in een oude grot in de buurt van Haidakhan. Zodra ik ´s avonds de grot binnen trad, hoorde ik de volgende woorden vanuit de Goddelijke bron: ‘Baba, je bent teruggekomen van Devguru en ik ben erg blij.’ Bij Zijn Gratie had ik vele malen over dit soort Goddelijke uitingen gehoord, voordat ik zoiets zelf uit de eerste hand ervaarde. Toen ik er vroeger wel eens over had gelezen in de oude geschriften, was ik ervan overtuigd dat dat niveau alleen was weggelegd voor de zuivere geesten van de wijzen die de boeken geschreven hadden. Ik had gemeend dat weinig begiftigde mensen met gering onderscheidingsvermogen en beperkte kennis geen kans maakten om die hoogten te bereiken welke de rishi’s in de Purana’s en de Shastras (heilige boeken) hadden beschreven. Nu wist ik uit eigen ervaring, dat ieder woord van de literatuur die ik had gelezen aan de feitelijke waarheid was ontsproten en dat elk woord van ervaring was doordrongen. Na een paar dagen verliet ik Shri Haidakhan en ging naar Haldwani.
Reacties